Jeroen Bartels

Hier vind je de werkbladen en oefeningen behorende bij het boek "Zelfcontrole bij volwassenen met autisme". De instructie over het gebruik van de formulieren en toelichting bij de oefeningen vind je in het boek.

Naar lijst →

 

 

Het intakeformulier kan samen met je hulpverlener ingevuld worden zodat je goed voorbereid aan de het trainingsprogramma kunt beginnen.

 
 
 
 

Dit werkblad hoort bij hoofdstuk 6 van het boek.

 
 
 
 

Hier vind je het zelfcontroleformulier dat je gebruikt tijdens het doorlopen van het werkboek. Op het zelfcontroleformulier vul je situaties in waarin jij getriggerd werd. De precieze uitleg over het gebruik van het zelfcontroleformulier vind je in het boek.

 
 
 

Hier vind je het boosheidsplan dat je samen met je hulpverlener en met mensen uit je omgeving in kunt vullen. Hulpverleners noemen dit ook wel een signaleringsplan. 

Instructie bij het invullen

Onderstaande stappen kunnen helpen bij het invullen van het boosheidsplan:

1. Vul bij elke fase in hoe jij deze fase wilt noemen en waaraan jij zelf kunt merken dat je in deze fase bent. Het is meestal het makkelijkst om te beginnen bij de extremen (dus als je helemaal ontspannen bent of juist helemaal woedend). Schrijf ook op wat belangrijke anderen (zoals bijvoorbeeld jouw partner) aan jou kunnen merken. Vraag dit bij anderen na als je het zelf niet weet. De signalen kunnen lichamelijk zijn, of veranderingen in jouw gedrag en gedachten. Zie ook een voorbeeld van een ingevuld boosheidsplan achterin het boek.

2. Vul bij elke fase in wat jijzelf kunt doen om weer richting fase 0 te gaan. Je kunt hier denken aan de technieken uit het boek zoals de door jou al geoefende ontspanningstechnieken en evenwichtige gedachten. Zorg dat er concrete handelingen in staan die eenvoudig uit te voeren zijn.

3. Vul daarna in wat anderen kunnen doen om jou te helpen weer richting fase 0 te gaan. Dit is voor jou een mooie kans om te bespreken met mensen uit jouw omgeving wat jij juist wel of niet prettig vindt op momenten dat jouw boosheid oploopt.

 
 

Hier vind je het werkblad waarop je jouw persoonlijke samenvatting van de gehele training kunt invullen.

 
 
 

Op dit werkblad kun je jouw persoonlijke doelen evalueren.

 
 
 

Het herkennen van mijn lichaamssignalen van boosheid en frustratie

Deze mindfulness-oefening hoort bij het boek "Zelfcontrole bij volwassenen met autisme".  Download het bestand of beluister de oefening. De oefening is een onderdeel binnen het totale programma uit het boek.  De training in het boek is dus geen mindfulness-training, maar er wordt wel gebruik gemaakt van mindfulness-technieken met als doel het beter herkennen van de eigen lichaamssignalen van boosheid.

 
 

Ontspanningsoefening: progressieve relaxatie

Progressieve spierrelaxatie is een bestaande ontspanningstechniek die is ontwikkeld door de Amerikaanse arts Edmund Jacobson. De bedoeling is dat je steeds één spiergroep (bijvoorbeeld je linker been) aanspant en na enkele seconden weer ontspant. Vervolgens ga je door met de volgende spiergroep, bijvoorbeeld je rechterbeen. Wat er gebeurt is dat je beter in staat wordt om het gevoel van ontspannen spieren te herkennen en dus vooral ook het verschil met het gevoel van aangespannen spieren. Met name voor mensen met een ASS kan het lastig zijn om de eigen spierspanning goed aan te voelen en kan dit dus een waardevolle oefening zijn om te proberen. Als je de oefening geprobeerd hebt en je ervaart hem als behulpzaam, denk dan ook eens na over geschikte momenten waarop je de oefening kunt doen. Dit is vergelijkbaar met de mindfulness oefening: kijk of je het oefening kunt koppelen aan een vast moment op de dag zodat het als het ware in je `systeem` terecht komt. 

Hieronder staat de tekst van de oefening weergegeven (bron: Schuurman, C. 2010. Cognitieve gedragstherapie bij autisme. Hogrefe Uitgevers BV, blz. 134-135). Een tip voor het uivoeren van de oefening: laat de oefening rustig voorlezen door jouw hulpverlener. Je kan de oefening dan opnemen met je telefoon zodat je hem thuis gemakkelijk kunt terugluisteren en uitvoeren.

 

Ontspanningsoefening: Progressieve relaxatie

Sluit je ogen. Als je dat niet wilt, kijk je naar een rustig punt.

1. Begin met je rechterbeen. Concentreer je, span de spieren in je been aan door het been te strekken en de enkel te buigen. Draai je voet naar buiten en trek je tenen naar je gezicht. Voel de spanning in je voet en het been. Ontspan de spieren nu. Voel het verschil tussen de voorgaande spanning in je spieren en nu.

2. Je linkerbeen. Concentreer je, span de spieren in je been aan door het been te strekken en de enkel te buigen. Draai je voet naar buiten en trek je tenen naar je gezicht. Voel de spanning in je voet en het been. Ontspan de spieren nu. Voel het verschil tussen de voorgaande spanning in je spieren en nu.

3. Concentreer je op het zitvlak. Span je bilspieren aan. Als je de bilspieren aanspant, kom je hoger in de stoel te zitten. Hou vast. Laat de bilspieren weer ontspannen.

4. Concentreer je op je buikspieren. Duw je onderrug tegen de achterkant van de stoel door je buikspieren te spannen. Hou vast en voel de spanning in je buik. Laat de buikspieren nu weer los. Let op het gevoel van ontspanning in je buik.

5. Concentreer je op de rugspieren. Strek je rug door de schouders naar achteren te trekken. Voel de spanning in je rugspieren. Laat je rugspieren weer ontspannen. Blijf ontspannen zitten en laat de sensatie van ontspanning zich door je hele rug verspreiden.

6. Concentreer je op je armen en handen. Span je armspieren door de arm te strekken en flinke vuisten te maken. Houd de spieren gespannen en voel de spanning in de handen en armen. Laat hand- an armspieren weer ontspannen. Laat je armen lekker liggen voel de warmte van de ontspanning.

7. Nu gaan we naar de nekspieren. Span je nek door je kin tegen de borst te duwen en je hoofd naar achteren te bewegen. Blijf de spieren aanspannen. Laat ze weer ontspannen. Voel de ontspanning door je nek en schouders gaan.

8. Nu het gezicht en voorhoofd. Trek je voorhoofd en gezicht in een grimas. Span de spieren aan. Laat het voorhoofd weer glad trekken en ontspan.

Nu we alle spieren hebben gehad, richt je je op de sensatie van ontspanning in je hele lichaam. Probeer je meer en meer te ontspannen.